Btw-positie van low care hospices: wat oordeelt het Hof?
Btw-positie van low care hospices: wat oordeelt het Hof?
Er is de laatste jaren veel te doen om de btw-positie van low care hospices. Diverse gerechtelijke procedures met wisselende uitkomsten. De laatste drie uitspraken zijn van Hof Arnhem-Leeuwarden van 16 december 2025 en betreffen door BDO gevoerde procedures. Hieronder bespreken we de btw-positie van een hospice aan de hand van de meest recente jurisprudentie.
De procedures zien allemaal op de vraag of het hospice de btw op de nieuwbouw of verbouwing van het hospicegebouw in aftrek kan brengen. De Belastingdienst stelt dat het hospice een btw-vrijgestelde zorgprestatie verricht en daarom de btw op de (ver)bouw(ing) niet in aftrek kan brengen. De hospices stellen allemaal dat zij alleen de gastenkamers verhuren, vergelijkbaar met kortdurende hotelmatige verhuur, waarop het verlaagde btw-tarief van toepassing is. Vanwege deze btw-belaste verhuur kan de btw op de (ver)bouw(ing) wel in aftrek worden gebracht. De afgelopen jaren lopen de uitspraken van rechtbanken en gerechtshoven uiteen. De ene keer is volgens de rechter inderdaad sprake van hotelmatige verhuur. De andere keer oordeelt de rechter dat het hospice btw-vrijgesteld presteert, waarbij verschillende btw-vrijstellingen de revue passeren (namelijk de vrijstelling voor intramurale zorg, voor Wlz-zorg of voor sociaal-culturele diensten).
Volgens het Hof in de drie recente procedures is het huren van de gastenkamer voor de gasten geen doel op zich. Volgens het Hof verliezen alle elementen (gebruik van de gastenkamer, algemene zorg, eten en drinken) vanuit het oogpunt van de modale consument hun zelfstandigheid en smelten deze als het ware samen tot één ondeelbare prestatie aan de gast: het verlenen van zorg om een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven te bieden aan gasten in hun laatste levensfase. Het Hof noemt dit de ‘hospiceprestatie’.
Dat het verlaagde btw-tarief niet van toepassing is, is alleen nog van belang voor het verleden. Per 1 januari 2026 is het verlaagde btw-tarief voor hotelmatige verhuur namelijk vervallen en geldt het algemene btw-tarief.
Verder is nog van belang dat er nog een andere zaak over een hospice loopt, waarvoor de Advocaat-Generaal eind 2024 een conclusie voor de Hoge Raad heeft geschreven. Het Hof heeft in de laatste drie procedures deze conclusie voor een groot deel gevolgd. Wel is het de vraag of het Hof voldoende heeft gemotiveerd dat sprake is van één prestatie, de hopsiceprestatie. De A-G ging daar dieper op in en stelt hoge eisen voor een dergelijke motivering. De Hoge Raad moet in die zaak nog uitspraak doen, dus dat is nu nog afwachten.
De ‘hospiceprestatie’
In een hospice wordt palliatieve zorg verleend aan ongeneeslijk zieke mensen in de laatste fase van hun leven, met als doel de kwaliteit van leven zo hoog mogelijk te houden in een huiselijke, rustige omgeving. In de diverse procedures gaat het om low care hospices die aan gasten een gastenkamer verhuren, eten en drinken verstrekken en zorgen voor schoon linnengoed. Ook kunnen familieleden tegen betaling blijven overnachten en mee-eten. De zorg wordt verleend door de eigen huisarts van de gasten en/of een zorginstelling, vaak een thuiszorgorganisatie. Het hospice verleent zelf geen (medische) zorg. Daarnaast bieden vrijwilligers ondersteuning aan de gasten. In sommige gevallen werken deze vrijwilligers (onder coördinatoren) vanuit het hospice en in andere gevallen vanuit een bij het hospice aangesloten vrijwilligersorganisatie of worden zij aangestuurd door een zorginstelling.De procedures zien allemaal op de vraag of het hospice de btw op de nieuwbouw of verbouwing van het hospicegebouw in aftrek kan brengen. De Belastingdienst stelt dat het hospice een btw-vrijgestelde zorgprestatie verricht en daarom de btw op de (ver)bouw(ing) niet in aftrek kan brengen. De hospices stellen allemaal dat zij alleen de gastenkamers verhuren, vergelijkbaar met kortdurende hotelmatige verhuur, waarop het verlaagde btw-tarief van toepassing is. Vanwege deze btw-belaste verhuur kan de btw op de (ver)bouw(ing) wel in aftrek worden gebracht. De afgelopen jaren lopen de uitspraken van rechtbanken en gerechtshoven uiteen. De ene keer is volgens de rechter inderdaad sprake van hotelmatige verhuur. De andere keer oordeelt de rechter dat het hospice btw-vrijgesteld presteert, waarbij verschillende btw-vrijstellingen de revue passeren (namelijk de vrijstelling voor intramurale zorg, voor Wlz-zorg of voor sociaal-culturele diensten).
Volgens het Hof in de drie recente procedures is het huren van de gastenkamer voor de gasten geen doel op zich. Volgens het Hof verliezen alle elementen (gebruik van de gastenkamer, algemene zorg, eten en drinken) vanuit het oogpunt van de modale consument hun zelfstandigheid en smelten deze als het ware samen tot één ondeelbare prestatie aan de gast: het verlenen van zorg om een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven te bieden aan gasten in hun laatste levensfase. Het Hof noemt dit de ‘hospiceprestatie’.
Vrijstelling mogelijk?
Het Hof toetst vervolgens of de hospiceprestatie is vrijgesteld van btw. Als eerste toetst het Hof of dit kwalificeert als het verzorgen en verplegen van personen die zijn opgenomen in een inrichting. Deze ‘zorginstellingenvrijstelling’ (voor intramurale zorg) is niet van toepassing, omdat het hospice alleen maar algemene verzorging biedt. Volgens de Europese bepalingen geldt deze btw-vrijstelling alleen voor ziekenhuisverpleging en medische zorg en niet voor algemene verzorging. De Nederlandse vrijstellingsbepaling is echter veel ruimer. Wij leiden uit de uitspraak af dat het Hof van mening is dat de diensten van het hospice wel onder de Nederlandse vrijstelling kunnen vallen. Het hospice mag zich echter direct op de Europese regels beroepen en de Belastingdienst mag de ruimere Nederlandse vrijstelling niet opleggen ten nadele van het hospice. Ook de sociaal-culturele vrijstelling is volgens het Hof niet van toepassing, omdat het hospice niet erkend is als instelling van sociale aard en ook niet valt onder de specifiek aangewezen prestaties waarvoor deze vrijstelling geldt.Het verlaagde btw-tarief dan?
Het hospice wil op de verhuur graag het verlaagde btw-tarief toepassen. Het Hof is echter van mening dat geen sprake is van hotelmatige verhuur/short stay. De hospiceprestatie betreft volgens het Hof namelijk geen verhuur van een onroerende zaak, maar de hierboven beschreven, meer omvattende hospiceprestatie. Dit is ook niet vergelijkbaar met de huur van een hotelkamer, omdat dat geen realistisch alternatief is voor verblijf in een hospice. Het Hof komt dan ook tot de conclusie dat het hospice het algemene btw-tarief van 21% moet toepassen.Voor de praktijk
Het Hof concludeert dat het hospice 21% btw in rekening moet brengen over de volledige dagvergoeding die de gasten betalen. Daar staat tegenover dat het hospice de btw op de (ver)bouw(ing) volledig in aftrek kan brengen.Dat het verlaagde btw-tarief niet van toepassing is, is alleen nog van belang voor het verleden. Per 1 januari 2026 is het verlaagde btw-tarief voor hotelmatige verhuur namelijk vervallen en geldt het algemene btw-tarief.
Verder is nog van belang dat er nog een andere zaak over een hospice loopt, waarvoor de Advocaat-Generaal eind 2024 een conclusie voor de Hoge Raad heeft geschreven. Het Hof heeft in de laatste drie procedures deze conclusie voor een groot deel gevolgd. Wel is het de vraag of het Hof voldoende heeft gemotiveerd dat sprake is van één prestatie, de hopsiceprestatie. De A-G ging daar dieper op in en stelt hoge eisen voor een dergelijke motivering. De Hoge Raad moet in die zaak nog uitspraak doen, dus dat is nu nog afwachten.

.jpg?width=280&height=280&ext=.jpg)