Hoog tarief belastingrente voor de vennootschapsbelasting is niet toegestaan!
Hoog tarief belastingrente voor de vennootschapsbelasting is niet toegestaan!
Per 1 januari 2022 geldt voor de vennootschapsbelasting, de bronbelasting, de minimumbelasting en de solidariteitsbijdrage een hoger belastingrentepercentage dan voor de overige belastingen. Het percentage heeft sinds die tijd geschommeld, variërend van 7,5 tot maar liefst 10. Over de houdbaarheid van dit hogere rentepercentage is een massaalbezwaarprocedure opgestart. Het arrest heeft ook impact op de bezwaarschriften die toezien op het lagere belastingrentepercentage voor overige belastingen.
De verhoging van de belastingrente voor (onder meer) de vennootschapsbelasting berust overwegend op budgettaire motieven. De lastenverzwaring die dat met zich brengt voor een beperkte groep belastingplichtigen, leidt ertoe dat deze groep onevenredig hard wordt getroffen ten opzichte van de overige belastingplichtigen. De Hoge Raad ziet daarvoor geen rechtvaardiging.
Over deze problematiek is een massaalbezwaarprocedure gestart. Heeft u bezwaar gemaakt, dan geldt het volgende voor u. Binnen zes weken wordt dit arrest gevolgd door een collectieve uitspraak op bezwaar. Pas daarna zal de Belastingdienst alle ingediende bezwaarschriften tegen het hogere rentepercentage afwikkelen.
De Hoge Raad acht het lagere percentage niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Daarbij laat de Hoge Raad zich ook uit over de berekeningsmethodes van de belastingrente over de periode van 1 januari 2022 tot heden. De gehanteerde methodes en het huidige minimumpercentage van 4,5 kunnen volgens de Hoge Raad door de spreekwoordelijke beugel. En daarmee lijkt naar onze mening het oordeel over het lagere belastingrentepercentage ook duidelijk.
Het is even afwachten hoe de staatssecretaris de overwegingen ten overvloede van de Hoge Raad gaat oppakken in de afwikkeling van de bezwaarschriften tegen het lagere belastingrentepercentage. Zodra hier meer over bekend is, informeren wij u hier verder over.
Oordeel Hoge Raad
Op 16 januari 2026 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het hogere belastingrentepercentage onverbindend is, omdat de desbetreffende bepaling van het Besluit belasting- en invorderingsrente in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.De verhoging van de belastingrente voor (onder meer) de vennootschapsbelasting berust overwegend op budgettaire motieven. De lastenverzwaring die dat met zich brengt voor een beperkte groep belastingplichtigen, leidt ertoe dat deze groep onevenredig hard wordt getroffen ten opzichte van de overige belastingplichtigen. De Hoge Raad ziet daarvoor geen rechtvaardiging.
Wat betekent dit arrest?
Het arrest van de Hoge Raad leidt ertoe dat het hogere belastingrentepercentage berekend met ingang van 1 januari 2022 niet meer kan worden toegepast. Concreet betekent dit dat voor alle belastingen eenzelfde belastingrentepercentage moet worden toegepast.Over deze problematiek is een massaalbezwaarprocedure gestart. Heeft u bezwaar gemaakt, dan geldt het volgende voor u. Binnen zes weken wordt dit arrest gevolgd door een collectieve uitspraak op bezwaar. Pas daarna zal de Belastingdienst alle ingediende bezwaarschriften tegen het hogere rentepercentage afwikkelen.
Gevolgen voor de massaalbezwaarprocedure tegen het lagere belastingrentepercentage
Hoewel het arrest van 16 januari 2026 alleen ziet op het hogere rentepercentage, heeft de Hoge Raad zich ook al in bredere zin uitgelaten over het lagere percentage. Dit is mede ingegeven door het feit dat ook voor het lagere belastingrentepercentage een massaalbezwaarprocedure is gestart.De Hoge Raad acht het lagere percentage niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Daarbij laat de Hoge Raad zich ook uit over de berekeningsmethodes van de belastingrente over de periode van 1 januari 2022 tot heden. De gehanteerde methodes en het huidige minimumpercentage van 4,5 kunnen volgens de Hoge Raad door de spreekwoordelijke beugel. En daarmee lijkt naar onze mening het oordeel over het lagere belastingrentepercentage ook duidelijk.
Het is even afwachten hoe de staatssecretaris de overwegingen ten overvloede van de Hoge Raad gaat oppakken in de afwikkeling van de bezwaarschriften tegen het lagere belastingrentepercentage. Zodra hier meer over bekend is, informeren wij u hier verder over.
