Tips voor de laatste btw-aangifte 2025

Artikel

Gepubliceerd: 
De laatste btw-aangifte van het jaar vraagt om extra aandacht. In deze aangifte verwerkt u diverse correcties en aanvullende zaken die gedurende het jaar niet aan de orde zijn geweest. Bovendien gelden er nieuwe termijnen voor het indienen van suppleties. Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste aandachtspunten en praktische tips. 

Herziening 

Ondernemers die zowel btw-belaste als btw-vrijgestelde activiteiten verrichten, brengen de btw op algemene kosten in aftrek op basis van een pro rata: de verhouding tussen belaste omzet en totale omzet. Gedurende het jaar wordt vaak gewerkt met een voorlopige pro rata, gebaseerd op het voorgaande jaar of een schatting. In de laatste aangifte berekent u de definitieve pro rata en corrigeert u eventuele afwijkingen in rubriek 5b. Het uitgangspunt is een berekening op basis van omzetverhoudingen. Een splitsing op basis van het werkelijk gebruik is (als geheel genomen) mogelijk als dit gebruik objectief en nauwkeurig kan worden vastgesteld.  

Bij de aanschaf van goederen of diensten mag een ondernemer de btw direct aftrekken op basis van het beoogde gebruik. Wijkt het daadwerkelijke gebruik later af, dan moet deze aftrek worden herzien. Aan het einde van het boekjaar beoordeelt u het gebruik over het hele jaar, wat kan leiden tot een correctie in rubriek 5b van de laatste btw-aangifte.  

Voor investeringsgoederen geldt daarna nog een langere herzieningsperiode: negen jaar volgend op het eerste jaar van ingebruikneming voor onroerende zaken en vier jaar voor roerende zaken. Per herzieningsjaar wordt respectievelijk 1/10 of 1/5 van de aanschaf-btw beoordeeld. Meer gebruik voor belaste prestaties kan extra aftrek opleveren, terwijl meer gebruik voor vrijgestelde prestaties leidt tot een terugbetaling. Kleine verschillen (minder dan 10%) hoeven niet te worden herzien. 

Voor verschillen die het gevolg zijn van een overgang naar of uit de kleineondernemersregeling blijft herziening achterwege als het verschil minder dan 10% is of als het te betalen of ontvangen bedrag niet meer bedraagt dan € 500. 

Let op: vanaf 1 januari 2026 gelden er nieuwe regels voor de herzieningstermijn op investeringsdiensten aan onroerende zaken. Richt uw administratie hier al op in. Meer informatie vindt u in dit artikel

Correctie privégebruik auto 

Gedurende het jaar mag een ondernemer alle btw op kosten voor een auto van de zaak in aftrek brengen. Aan het einde van het boekjaar moet echter een correctie worden gemaakt voor privégebruik door de ondernemer of werknemers. Woon-werkverkeer wordt voor de btw-heffing als privégebruik aangemerkt. In principe gebeurt deze correctie op basis van het werkelijke gebruik, bijvoorbeeld met een sluitende kilometeradministratie. Omdat dit vaak lastig is, mag een forfaitaire berekening worden toegepast: 2,7% van de cataloguswaarde inclusief btw en BPM. Voor auto’s die vijf jaar of langer in gebruik zijn of waarbij de btw bij aanschaf niet in aftrek is gebracht, geldt een verlaagd forfait van 1,5%. Voor leaseauto’s blijft, volgens recente rechtspraak, het percentage van 2,7% van toepassing, ook na vijf jaar. De verschuldigde btw wordt aangegeven in rubriek 1d van de laatste aangifte. 

Personeelsverstrekkingen 

Aan het einde van het boekjaar beoordeelt u of een correctie nodig is voor personeelsverstrekkingen, giften en relatiegeschenken waarop btw in aftrek is gebracht. Denk aan kerstpakketten, bedrijfsuitjes en kantinevoorzieningen. Voor deze kosten geldt een jaarlijkse grens van € 227 exclusief btw per werknemer of relatie. Wordt deze BUA-grens overschreden, dan vervalt het recht op aftrek en moet de btw worden gecorrigeerd in rubriek 5b. Vanaf 2024 mag een eventuele eigen bijdrage van werknemers niet meer in mindering worden gebracht bij het bepalen van deze grens, waardoor een aftrekuitsluiting vaker voorkomt.  

Btw-belaste verhuur (90%-verklaring) 

De verhuur en levering van onroerende zaken is in principe vrijgesteld van btw, maar onder voorwaarden kan worden gekozen voor belaste verhuur of levering. Dit is mogelijk wanneer de huurder of koper de onroerende zaak voor minimaal 90% gebruikt voor belaste prestaties (in specifieke sectoren geldt een 70%-norm). Als niet meer wordt voldaan aan deze voorwaarde voor belaste verhuur moet de huurder binnen vier weken na afloop van het desbetreffende boekjaar de verhuurder en Belastingdienst daarvan in kennis stellen. Voor leveringen geldt dat de koper binnen vier weken na afloop van het boekjaar volgende op het boekjaar van levering van de onroerende zaak moet verklaren dat hij aan de norm heeft voldaan. Voldoet men niet, dan vervalt de optie en kan dit leiden tot herzienings-btw en gevolgen voor het aftrekrecht van de verhuurder of verkoper. 

Correcties eerdere tijdvakken (suppletie) 

Wanneer blijkt dat eerdere btw-aangiften niet juist zijn, moet u dit corrigeren. Kleine verschillen tot € 1.000 mogen in de eerstvolgende aangifte worden verwerkt, maar bij grotere bedragen is een suppletie verplicht. De correctie kan niet in de laatste aangifte van het jaar worden opgenomen. Vanaf 1 januari 2025 geldt dat een suppletie binnen acht weken na constatering moet worden ingediend. Correcties zijn mogelijk tot vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan. Wie te laat is met het corrigeren van te weinig aangegeven btw, riskeert een vergrijpboete. Voor suppleties over 2025 is het raadzaam deze in ieder geval (maar let ook op de acht-weken-termijn) vóór 1 april 2026 in te dienen om rente te voorkomen. Zorg dat uw btw-aangiften aansluiten op de btw-positie in de jaarrekening en dat correcties tijdig en op de juiste wijze worden verwerkt. 

Oninbare vorderingen 

Het einde van het boekjaar is een goed moment om de balans op te maken ten aanzien van de oninbare vorderingen. Wanneer vaststaat dat een factuur niet betaald zal worden, kunt u de btw terugvragen. Dit recht ontstaat in ieder geval als de vergoeding één jaar na opeisbaarheid nog niet is ontvangen. Andersom geldt dat een ondernemer btw moet terugbetalen als hij zelf een schuld niet voldoet, eveneens na één jaar. Deze correcties verwerkt u in het aangiftetijdvak waarin het recht op teruggaaf of de verplichting tot terugbetaling is ontstaan. Als de correctie nog niet is verwerkt, kan een suppletie nodig zijn. 

Terugvragen buitenlandse btw 

Nederlandse ondernemers die recht op aftrek van btw hebben, kunnen btw die in een ander EU-land is betaald terugvragen. Dit gaat via een elektronische portal van de Belastingdienst. Om de btw over het jaar 2025 terug te kunnen krijgen, moet de ondernemer uiterlijk 30 september 2026 een verzoek doen. U kunt het verzoek echter al eerder indienen. 

De btw over het jaar 2026 kan gedurende het jaar 2026 ook al worden teruggevraagd. Er geldt een drempelbedrag van € 50 voor verzoeken die voor een geheel jaar worden gedaan. Voor verzoeken over een gedeelte van het kalenderjaar (ten minste 3 maanden) geldt een drempelbedrag van € 400. Let op: sommige EU-lidstaten passen ook voor het resterende gedeelte van het kalenderjaar het drempelbedrag van € 400 toe. Als u voor het resterende gedeelte niet verwacht boven die drempel uit te komen, dan kunt u voor het jaar 2026 beter een verzoek doen over het gehele jaar in 2027. 

Wilt u meer weten over de laatste btw-aangifte of heeft u specifieke vragen? Neem gerust contact op met een van onze btw-adviseurs. Wij helpen u graag verder.

Auteur(s)